Kinderen in ‘vecht’scheidingen

Verslag van de Professionele ontmoeting op 27 februari 2014 met als thema:

Kinderen in ‘vecht’scheidingen

Gespreksleider van de Professionele ontmoeting is de president van de Rechtbank Rotterdam, mr. Robine de Lange. Zij opent de middag met de vragen: “Hoe gaat ieder van de ketenpartners om met ‘vecht’scheidingen en hoe kunnen we op dit vlak beter samen werken?” Zij verwijst daarbij naar het kind met het gebroken hart in de uitnodiging voor deze middag.

De eerste spreekster is een ervaringsdeskundige moeder die vertelt hoe zij door haar scheiding in een vicieuze cirkel van ellende was beland. Ondanks haar scepsis in eerste instantie, is het haar en haar ex-partner met begeleiding van de gezinsvoogd gelukt om de knop om te zetten. Ze is zich gaan realiseren dat het om hun zoon ging; dat hij last had van het conflict tussen zijn ouders. Het is haar uiteindelijk gelukt om het verleden het verleden te laten zijn en zich te richten op de toekomst. Zij merkte dat het met haar zoon beter ging naarmate de gesprekken tussen haar en haar ex beter verliepen. Achteraf gezien vindt zij de begeleiding in dit proces door Jeugdzorg zeer waardevol.

De volgende spreekster is drs. Annelies Hendriks, mediator en psychologe. Zij legt aan de hand van de (ont)hechtingscirkel uit wat er gebeurt met de gevoelens van ouders en kinderen die met een heftige scheiding te maken krijgen. De ouders moeten door de scheiding hun partner- en ouderrol ontvlechten: zij moeten ex-partner worden, maar tegelijkertijd collega-ouder blijven. Het blijkt een complex proces te zijn om de weg van ‘houden van’ naar ‘scheiden’ af te leggen, waardoor ex-partners in een rouwproces terecht komen. Dit rouwproces moeten de ex-partners proberen om te zetten naar een fase waarin het leven weer zin krijgt. Als dit onthechtingsproces niet goed verloopt, verwordt ‘rouw’ tot ‘wrok’, met alle gevolgen (voor de kinderen!) van dien. Het is zeer schadelijk voor de kinderen wanneer ouders elkaar blijven diskwalificeren.

De vraag die bij veel kinderen leeft is: waar ben ik thuis? Als voorbeeld noemt Annelies een jongen wiens ouders na de scheiding in Amsterdam en Rotterdam zijn gaan wonen. Deze jongen kwam tot de conclusie dat hij in de trein tussen Rotterdam en Amsterdam zijn 'thuis' vond.

In de relatie met zijn of haar 'vechtende' ouders komt het kind vaak in de redders-rol terecht. Annelies bepleit meer aandacht voor de stem van het kind, bijvoorbeeld door middel van benoeming van een bijzondere curator. De bijzondere curator kan de betrokkenen meer zicht geven op de beleving en behoeften van het kind. Het kan zeer effectief zijn om strijdende ouders te confronteren met de woorden van hun eigen kind. Annelies wijst erop dat, ter voorkoming van misverstanden, in de beschikking waarbij de bijzondere curator door de rechtbank wordt benoemd, de opdracht aan de bijzondere curator helder moet worden geformuleerd en er een duidelijke afbakening in tijd en taak moet worden opgenomen.

Mr. Rob van Coolwijk, advocaat, mediator en voorzitter van de vFAS, roept de vraag op wanneer een scheiding nu een ‘vecht’scheiding genoemd moet worden. Hijzelf gebruikt deze term wanneer een scheiding na één jaar procederen nog steeds problematisch verloopt. Rob wijst erop dat scheidingen gelukkig in veel gevallen (80%) wel goed verlopen. Hij vertelt dat het tot de taken van de advocaat behoort om de cliënt feedback te geven en een spiegel voor te houden. Dit kan lastig zijn, omdat een cliënt niet altijd inziet dat het advies van zijn advocaat in zijn belang en het belang van de kinderen is. Er kan dan een verschil van mening ontstaan tussen de advocaat en zijn cliënt, waarbij in extreme gevallen de cliënt de ergste vijand van de advocaat lijkt te worden. De ingewikkelde opgave voor de advocaat is om enerzijds het belang van de cliënt te behartigen en anderzijds te voorkomen dat een scheiding verwordt tot een ‘vecht’scheiding. De advocaat moet daarbij voorkomen dat hijzelf een middel in de strijd tussen de ex-partners wordt. Door de vertrouwelijkheid binnen de relatie advocaat-cliënt is deze worsteling van de advocaat met zijn cliënt voor de buitenwereld niet altijd zichtbaar.

Rob acht het zinvol om in ‘vecht’scheidingen waarbij het niet lukt een ouderschapsplan op te stellen, een bijzondere curator voor de kinderen te benoemen. Het kindgesprek is te beperkt om de rechter een goed beeld te geven van hetgeen in het belang van het kind geacht moet worden. De bijzondere curator kan hierin een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld doordat hij namens het kind verzoeken kan formuleren. Een gevaar hierbij is wel dat het kind door deze bijzondere positie belast wordt. Uitgangspunt moet zijn dat de ouders zelf de verantwoordelijkheid nemen, om te voorkomen dat het kind zich als een ‘redder’ gaat gedragen.

Rob spreekt tot slot de wens uit dat procedures sneller gaan verlopen om te voorkomen dat de ex-partners meer en meer hun hakken in het zand zetten.

Mr. Amarenske Buizer, teamvoorzitter en rechter, benoemt het gezamenlijk doel van deze professionele ontmoeting: mensen die willen scheiden, met zo min mogelijk schade uit dat proces te laten komen en ook hun kinderen zo min mogelijk te laten beschadigen. Zij bepleit dat een slepende scheidingsprocedure door één en dezelfde rechter wordt behandeld, ter bevordering van de continuïteit. Zij werpt voorts de vraag op of rechters niet te lang ‘doormodderen’. Wanneer zou de rechter de knoop moeten doorhakken en het gezag bij één van de ouders moeten neerleggen? Immers, het is juist de voortdurende strijd die schadelijk is voor de kinderen. Een zinvolle persoon zou de piketmediator kunnen zijn: een mediator die in een vroeg stadium in de gerechtelijke procedure, bij voorkeur al bij de voorlopige voorzieningen, ouders het nut van mediation probeert te laten inzien. Zij wijst nog op de praktijk bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waar kindercoaches worden ingezet. In Rotterdam werkt men al jaren met de mogelijkheid van directe doorverwijzing naar een mediator.

Ter voorkoming van psychische schade bij het kind verzoekt Amarenske:

  • advocaten niet te polariseren, maar het gezamenlijk belang te zoeken;

  • de Raad voor de Kinderbescherming om zowel in de rapporten als op de zitting heldere adviezen te geven;

  • de gezinsvoogden om naar zichzelf toe open en eerlijk te zijn over de mogelijkheden die nog resteren in ‘vecht’scheidingen; indien de mogelijkheden van de gezinsvoogd zijn uitgeput, dient snel doorverwezen te worden naar bijvoorbeeld een gezinstherapeut en

  • de Raad voor de rechtspraak en het ministerie om goed te bezien welke advocaten wel en niet geschikt zijn om de belangrijke rol van bijzondere curator te vervullen.

Rond de pauze roept Robine de Lange de aanwezige politici op om omgangsbemiddeling en –begeleiding snel mogelijk te maken, ter voorkoming van verharding van standpunten tijdens te lange wachtperioden.

Namens de Raad voor de Kinderbescherming spreekt drs. Cynthia van Os, gedragsdeskundige.

sigmund

Cynthia beschrijft de zorgvuldige wijze waarop de Raad met ‘vechtende’ ouders aan de slag gaat. Wanneer de raad met deze ouders te maken krijgt, is er vaak al veel gebeurd en staan de hakken in het zand. Teneinde de impasse te doorbreken, wijst de raad de ouders op hun eigen verantwoordelijkheid: het perspectief van het kind moet leidend zijn. De raad tracht oplossingsgericht in plaats van probleemgericht te werken. Net als Annelies Hendriks merkt Cynthia op dat het zeer effectief kan zijn om strijdende ouders te confronteren met de ‘one liners’ van hun eigen kind. En ook Cynthia vindt dat juridische procedures erg lang kunnen duren. Zij signaleert voorts dat er te weinig gespecialiseerde hulp voor ouders en kinderen beschikbaar is op het moment dat dat nodig is. Cynthia werpt tot slot de vraag op op welk moment geconcludeerd moet worden dat het echt niet lukt met deze ouders en dat bijvoorbeeld gekozen moet worden voor eenhoofdig gezag.

Namens Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam stelt gezinsvoogd Jaron Kant onomwonden dat een ‘vecht’scheiding kindermishandeling is. Hij vertelt over de van BJZ Haarlem overgenomen wijze van aanpak in de situatie waarin in een ‘vecht’scheidingssituatie een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken. Die methode, waarbij de ouders altijd samen bij de gesprekken aanwezig zijn, moet ertoe leiden dat ouders weer samen gaan ‘ouderen’. Er wordt een duidelijke plek aan de stem van het kind gegeven, door het kind een eigen gezinsvoogd te geven. Er komt een mail- en belverbod voor de ouders en het contact tussen de ouders en het kind wordt gegarandeerd. Jaron roept de rechtbank op om duidelijke beschikkingen af te geven die betrokkenen houvast bieden in hun rol.

Drs. Erik van der Elst, als systeem- en dramatherapeut verbonden aan het Lorentzhuis te Haarlem, beschrijft hoe hij en zijn collega’s enige tijd geleden moesten constateren dat de therapie die zij aan ‘vecht’ouders gaven, geen effect bleek te hebben. De medewerkers van het naast het Lorentzhuis gevestigde Kinder- en Jeugd Trauma-centrum constateerden op ongeveer hetzelfde moment dat de therapie die zij kinderen uit ‘vecht’scheidingen lieten volgen, zelfs een averechts effect had: de kinderen werden er ellendiger van! Toen hebben het Lorentzhuis en het Kinder- en Jeugd Trauma-centrum een methode ontwikkeld die wel zijn vruchten lijkt af te werpen. Doel is onder meer dat ouders stoppen met elkaar te demoniseren. Via deze methode worden meerdere ouderparen tegelijk bewust gemaakt van de schade die hun gevecht aanricht bij hun kinderen, door middel van oefeningen voor henzelf en confrontatie met bijvoorbeeld tekeningen van hun kind. Het blijkt dat ouders voor hun ex niet stoppen met ruzie maken, maar voor hun kind zijn ze wel bereid te stoppen met ruziën! Tijdens de sessies van de ouders krijgen hun kinderen apart begeleiding in de vorm van creatieve activiteiten waarin zij hun gevoelens rond de scheiding kunnen uiten.

Voorwaarden om begeleid te worden door het Lorentzhuis zijn: alle gerechtelijke procedures moeten gestopt worden en er mag geen verslaving in het spel zijn. De methode is geschikt voor kinderen in de leeftijd van ongeveer 4 tot 21 jaar oud.

Tijdens de afsluitende discussie van de Professionele ontmoeting kwamen onder meer de volgende punten naar voren:

  • preventie is belangrijk om ‘vecht’scheidingen te voorkomen;

  • ter voorkoming van verharding van het conflict is het belangrijk dat ouders in een vroeg stadium met elkaar in gesprek gaan, desnoods met drang;

  • een Kiescoach kan een kind een stem geven;

  • ouders moeten meer aangesproken worden op hun eigen verantwoordelijkheid, mede ter ondersteuning van de gezinsvoogd;

  • een tussentijdse evaluatie ter zitting kan zijn nut hebben.